1 juni 2019
 Gepost door Charlotte Beumer

Ballen en bravoure

De tijden veranderen. Vroeger (toen er nog geen hobbels waren, alleen maar kuilen, en je ‘poepen’ nog gewoon met een lange oe schreef) was er voor veel mensen maar weinig keus. Je nam het familiebedrijf over. Je werd slager of bakker of metselaar omdat je vader dat was. Passie was een ondergeschoven kindje.

Er werd, kortom, niet geluld maar gepoetst.

Tegenwoordig is dat anders. Mogen dingen léuk zijn. Mag je doen wat je wil doen. Doen wat je energie geeft. Aan de slag met jouw ideale klant. Met jouw ideale werk, dat niet voelt als werk. En, mag je je passie juist vólgen. Moet je die alleen wél eerst even ontdekken.

Dingen doen omdat je ze wíl doen, omdat je er blij van wordt. Je hart volgen.

Want dat klopt. Dat zeggen immers alle inspirational quotes.

Alleen, bij het volgen van je hart zit je hoofd je maar wát vaak in de weg.Met ondermijnende stemmetjes. Met zelftwijfel. Met destructieve en belemmerende patronen.

Oké, stel.

Ik hou enorm van fietsen. Het gaat me goed af. Ik zwier alsof het niks is langs stoeprandjes, ontwijk op gracieuze wijze zomaar overstekende eenden, pak soepel de steilste bruggetjes mee en laveer tussen gaten in de weg door alsof ik ervoor in de wieg ben gelegd.

Stel, ik hou zó erg van fietsen dat ik anderen ook wil vertellen over de vreugde die fietsen brengt. De mensen die het niet kunnen, kan ik achterop nemen en een stukje verder afzetten. De mensen die het niet kunnen maar wél graag zouden willen, die kan ik het leren.

Sterker nog, ik zou niets liever willen.

Maar dan gaat mijn hoofd me ineens parten spelen. Want wie ben ik om een ander te leren fietsen? Wie ben ik om te bepalen dat ik zelf het fietsen voldoende beheers? Om te pretenderen een ander ook maar íets te kunnen vertellen over fietsen? Zelfs al weet ik tot op het laatste schroefje hoe een fiets in elkaar zit?

Ik ben tenslotte nooit officieel naar een fietsschool geweest. Ik heb geen ingelijste fietsdiploma’s aan de muur. Dus wat stel ik nu eigenlijk voor?

Ik heb mezelf leren fietsen. Ik ben autodidact.

En ja, ik ben een aantal keer flink op mijn bek gegaan. Daar heb ik enorm veel van geleerd, zowel over het vallen zelf als over het weer opkrabbelen. En dat is waardevolle kennis die ik op mijn beurt weer door zou kunnen geven zodat anderen het wiel niet opnieuw uit hoeven vinden.

Maar ja, ik ben dus ‘alleen maar’ ervaringsdeskundige. Telt dat wel? Want kunnen fietsen maakt je niet automatisch een instructeur.

Geopereerd worden maakt je niet automatisch een chirurg.
Een burn-out overleven maakt je niet automatisch een lifecoach.
Dus wie ben ik nou om jou ook maar iets te vertellen over dat hele fietsen, zelfs al weet ik er eigenlijk alles van?

Ik pieker. Want mijn hart vertelt me onmiskenbaar welke kant ik op moet, om nog maar te zwijgen van best wel heel veel mensen in mijn directe omgeving.

Met lede ogen zie ik online hoe andere mensen hun inkomen verdienen als fietsdeskundige. Lede ogen: niet omdat ik ook maar iemand dat misgun, maar omdat ik het zélf niet doe.

Want in een wereld waarin iedereen zichzelf maar lukraak bombardeert tot coach, expert of deskundige, wil ik dat juíst niet doen, dat bombarderen. Er zit weerstand. Terwijl ik het allang aan het doen ben.

Het is dus een kwestie van kennis en inhoud, ja. Maar dus óók van bravoure en ballen. Overtuiging zonder zelfoverschatting. Kennis overbrengen zonder te paternaliseren. Iets vertellen zonder te roeptoeteren.

Weten dat je iets toe te voegen hebt, ervan overtuigd zijn dat je een ander iets kan brengen, zonder jezelf boven een ander te plaatsen. Zonder de ander stiekem als podium te gebruiken voor je eigen issues.

En voldoende eigenwaarde om je eigen waarde in te zien.

Ik sta op het schoolplein en geef tussen neus en lippen door carrière- en levensadviezen die door mensen die wél de ballen hebben om zichzelf tot coach te bombarderen voor veel geld worden verkocht.

Tijd om daarmee op te houden. Tijd om in te zien wat ik waard ben. Om te nokken met de ‘kan ik het wel’s’ en mezelf te laten zien.

Hier ben ik. Dit kan ik. En jij wil dat hebben.

Tijd voor ballen en bravoure.