5 september 2019
 Gepost door Charlotte Beumer
0

Trakteren kun je leren

‘Wat ga jij eigenlijk maken?’

We staan op de drempel van mijn huis, m’n vriendin en ik, na een gezellige thee-sessie. Ze loopt al naar haar fiets wanneer deze vraag van haar lippen rolt.
‘Máken?’ vraag ik verbaasd, of nou ja, geschokt eigenlijk. ‘Hoe bedoel je, máken?’

Even daarvoor hebben we de strategische planning voor De Verjaardagen Van Onze Kinderen vormgegeven. Daar hoorde thee en chocolade bij, omdat het nog te vroeg was voor wijn.
Ze schiet in de lach, waarschijnlijk om de stand van mijn gezicht.

‘Ja,’ gnuift ze, ‘voor de traktaties. Op school.’

Er zijn van die momenten dat het besef dat je moeder bent je ineens keihard in je gezicht slaat. Zoals met je eerste slapeloze nacht in een reeks-van-veel. Zoals wanneer een of ander blaagje van school je ineens aanspreekt met de term ‘Mama van… (vul naam in)’. En zoals wanneer je je realiseert dat je aan de bak moet voor de kindertraktaties. Spreekwoordelijk gezien dan dus.
(Ja, tenzij je de hele klas ter plekke van pannenkoeken gaat voorzien) (Maar dat terzijde).

Ik heb ‘m zelf nog nergens liggen, maar ik vóel ‘m wel. De Lat.

Omdat dat best een ding is, zo’n kindertraktatie. Eerlijk? Ik ben zo’n moeder die haar tijd liever in andere dingen steekt dan in het avonden-lang breien, bakken, besmeuren en kneden van traktaties.

Na een laaaaange dag Netflix ik liever dan dat ik komkommerkrokodillen guts. Als ik ze eindelijk weer op bed heb ’s avonds lees ik liever een leuk boek dan dat ik urenlang oogjes op cupcakes plak.
Sterker nog, ik Facebook me nog liever een slag in de rondte dan dat ik me bezig moet houden met het rijgen van 34 fruitspiesjes of het schillen van druiven. Want: een blije mama staat garant voor blije kinderen, dat weten we allemaal. Ik doe dat dus eigenlijk allemaal voor hen.
Plus: er is er tegenwoordig altijd wel eentje vegan. Of gluten-, zuivel-, suiker-, of e-nummer vrij.
Pffff.

Sorry, not sorry. Wat weet je, ik doe namelijk een heleboel andere dingen weer wél. Ik ben een Raketjesmoeder en ik schaam me daar dus niet voor.
Maar goed. Eerlijk is eerlijk: zo’n blij snoetje omdat er een kickass rocking fabelhafte traktatie gepresenteerd kan worden, dat is inderdaad ook wel eens leuk. Dus ik ging iets maken.
En dat bleek eigenlijk veel minder erg dan gedacht.

Ik begon met eikels.
Dat wil zeggen: ik nam een mini-choco-zoen (want het gebruiken van de oorspronkelijke naam is tegenwoordig not done), ik nam een mini stroopwafeltje, ik nam een cocktailprikker. Ik bevestigde het een aan het ander, deponeerde alles in een vrolijk gele, rieten mand en klaar was ik.
Met dank overigens aan vriendin Suus, die me de Scrat-knuffel uit de Ice Age-filmreeks leende, want ‘tja, anders heb je eigenlijk gewoon alleen een bak met eikels’.
Het was een groot succes en ik kreeg de smaak te pakken.

Het jaar daarop pakte ik het iets ruiger aan en koos ik voor ‘patatjes’ van cake met ‘mayo’ van slagroom. Mijn vader bakte blijmoedig voldoende cakes voor wel drie bejaardentehuizen en gezamenlijk sneden, vulden, spoten en sprinkle’den we. Het was een dolle boel.
Ook deze traktatie sloeg aan als een malle.
Ik kon meer!

Onlangs was het weer zover en ik dook Pinterest op. Ideeën te over! Ik screenshotte een aantal, in mijn ogen, haalbare varianten en legde deze opties voor aan mijn dochter, die inmiddels oud genoeg is om actief mee te denken.
En wat dénk je?
Ze koos de allermakkelijkste. Ze koos de spek-lolly’s.
Lees: een lange spek, opgerold, stokkie erdoor, klaar.

Ik kon mijn geluk niet op.
Overmoedig als ik was opperde ik dat er nog wel wat bij mocht. Toch? Want dit niveau lag wel érg laag. Dus wat dacht je van een gore lange zure mat? En een snoep-aardbeitje bovenop?
Het werd met luid gejuich ontvangen.
Ik vroeg de school geen toestemming voor het uitdelen van zoveel suikers. Als je niet vraagt, kun je immers ook geen ‘nee’ krijgen.

Zondagavond, tv aan, emmer thee erbij, kuikens op bed, en hoppa, aan de slag. Ik reeg, ik rolde, ik prikte, ik had plezier, ik had het fijn, ik was enorm in mijn nopjes. En voilà, niet veel later had ik drie hoge glazen vol met vrolijke spek-lolly’s. Ik dekte alles al met plastic (want: uitdrogen, want: fruitvliegjes) en prees mezelf omdat ik ook werkelijk o-ver-al aan had gedacht.
Innig tevreden toog ik naar bed.

Maandagmorgen, half-vroeg.
‘Kijk eens hoe ze zijn gewo-‘

Mijn arm bevriest middenin het weidse gebaar dat ik had ingezet. Ik ben de chef-kok die erachter komt dat de pastei onder de sjieke schaal totaal is ingezakt. De ElfStedenTocht-rijder die bij de sloot aankomt en ziet dat die nacht de dooi heeft ingezet. De profvoetballer die.. Anyway.

Zo ongeveer de helft van de spekken is gescheurd. Gespleten. Gebroken.
Spek kan dus niet op een stokje. Dát zouden ze nou wel eens mogen vermelden, op dat fakking Pinterest. Ik voel me genaaid, erin geluisd. Bij het publiekelijk delen van mijn debacle ontvang ik bemoedigende berichten van andere moeders die dit ook hebben meegemaakt.
Waarom weten we dit niet? Waarom delen we dit niet?

Hierbij:

Spek-lolly’s maak je een kwartiertje van tevoren. Of níet.

‘Shiiiit,’ kan ik alleen maar uitbrengen.
‘Ooooh mama,’ zegt mijn jongste werktuigelijk. ‘Dat mág je niet zeggen.’
Mijn dochter kijkt naar de traktatie en zegt: ‘Nou én. Ik vind ze nog steeds supercool.’
That’s my girl.

Ik repareer de ergste gevallen met de elf reserve-spekken die nog in het zakje zaten. De rest klei ik hier en daar wat aan elkaar (ik gebruik hiervoor geen spuug) en een deel is nog altijd intact.
Kijk. Dat zijn de Supermama-spekken.

Doe hier je voordeel mee, lieve mede-Supermama’s. Trap er niet in. Haal raketjes, maak choco-eikels, patat-cake of treed in de voetsporen van mama’s die je voorgingen.
Joe!

Plaats een reactie

Een moment a.u.b....